Patiënten

Blaaskanker

In Nederland is het aantal blaaskankerpatiënten de afgelopen jaren toegenomen.  In 2000 waren er ongeveer 2300, terwijl er in 2011 iets meer dan 3000 met spier-invasieve blaaskanker werden gediagnostiseerd. De ziekte komt vaker bij mannen voor dan vrouwen. Bij mannen staat blaaskanker op de 6de plaats als meest voorkomende kwaadaardigheid. De ziekte komt ongeveer vier maal vaker bij mannen als bij vrouwen voor. Echter omdat de vrouwen meer zijn gaan roken is ook daar een toename te zien.  De meeste blaaskankerpatiënten zijn tussen de 70 en 79 jaar. Het aantal blaaskankerpatiënten van 80 jaar en ouder is zelfs bijna verdubbeld. De overleving hangt af van het stadium van de kanker. Het stadium wil zeggen hoe groot de tumor is en/of de ziekte zich heeft uitgebreid buiten de blaas. Jaarlijks sterven er ongeveer bijna 1200 patiënten aan deze ziekte.

Wat is blaaskanker

We spreken van kanker als er een ongeremde groei is van cellen die niets aantrekken van signalen die ons lichaam afgeven om te stoppen met groeien. Bij blaaskanker spreken we over niet-spier-invasieve en spierinvasieve kwaadaardige tumor. Wanneer de blaaskanker in de spier groeit kan het uitzaaien via de lymfeklieren naar de onderbuik (bekken) of via de bloedbaan naar andere organen zoals long en lever. Bij ruim 90% van de patiënten ontstaat de tumor vanuit het slijmvlies van de blaaswand. Als de tumor zich alleen in het slijmvliesweefsel bevindt, noemen we het niet-spierinvasief. Wanneer een niet-spierinvasief groeiende tumor niet op tijd wordt onderkent dan wel agressief van aard is, zal deze op den duur doorgroeien naar de blaasspier. Dan ontstaat een spierinvasieve blaaskanker.

Symptomen

Blaaskanker geeft in het beginstadium vrijwel geen klachten. Daardoor is het vaak lastig om de ziekte in een vroeg stadium vast te stellen.

Symptomen kunnen zijn:

  • Bloed in de urine (meestal zonder pijn)
  • Pijn bij het plassen
  • Vaak kleine beetjes moeten plassen

Onderzoek en diagnose

Wanneer de uroloog vermoedt dat er sprake is van blaaskanker zal hij of zij in de blaas en andere delen van de urinewegen uitgebreid onderzoeken. De binnenkant van de blaas wordt middels een kijkonderzoek (cystoscopie) bekeken. Middels een dun slangetje waarop een camera zit in uw blaas kijken. Het beeld wordt dan weergegeven op schermen zodat u ook kunt meekijken. (folder cystoscopie). Als de uroloog een tumor in de blaas vindt, zal deze operatief moeten worden verwijderd. (folder trans urethrale resectie genoemd, TURT) Dit wordt gedaan om te kijken hoe diep de tumor in de blaaswand groeit, wel of niet spierinvasief. Als de tumor in de blaasspier groeit zullen aanvullende röntgen onderzoeken plaats moeten vinden om te kijken of er geen uitzaaiingen zijn. Het kan enige tijd duren voordat u alle noodzakelijke onderzoeken heeft gehad om de uitgebreidheid van uw ziekte vast te stellen. Deze onzekere tijden brengen natuurlijk veel vragen met zich mee. We proberen deze periode zo kort mogelijk te houden.

Cystoscopie MUMCAfbeelding onderzoekskamer MUMC+Wanneer er bij u blaaskanker wordt geconstateerd wilt u natuurlijk een goed team achter u hebben staan die weten waarover ze praten. Het MUMC bestaat uit een heel behandelteam van urologen, radiotherapeuten, radiologen, medisch oncologen, psychologen en oncologisch verpleegkundigen, die wekelijks bij elkaar komen om voor u de beste therapie in te stellen. Uiteraard in samenspraak met u.

 

Behandeling

1. Niet spierinvasieve blaastumor:
Nadat een niet spierinvasieve blaastumor is vastgesteld doormiddel van een transurethrale resectie is er een aanzienlijk risico (60-70%) dat de tumor terugkeert. In een aantal gevallen zal de ingreep opnieuw gedaan moeten worden om er zeker van te zijn dat het om een niet spierinvasieve tumor gaat. Het risico op het terugkeren van de tumor hangt af van de grootte van de tumor, het aantal tumoren in de blaas en de mate van kwaadaardigheid. Daarom zal na de ingreep op gezette tijden in de blaas worden gekeken doormiddel van een cystoscopie om er zeker van te zijn dat er geen nieuwe tumor in de blaas is ontstaan. Om het risico van het terugkeren van blaastumoren te verminderen wordt in bepaalde gevallen blaasspoelingen gegeven. Afhankelijk van de agressiviteit van de tumor  wordt een van de blaasspoelingen (folder blaasspoelingen) gekozen.

Er worden twee soorten gegeven:

  • Cytostatica: deze remt de celdeling en dood de kankercellen
  • BCG-spoelingen: stimuleren de afweerreactie tegen kankercellen

 2. Spierinvasieve blaastumor:
In dit geval is de transurethrale resectie niet afdoende en moet er gekeken worden of er geen uitzaaiingen zijn. Indien dit niet het geval is zijn operatie en bestraling de behandelopties. Tegenwoordig krijgen patiënten steeds vaker chemotherapie voor hun ingreep. Het idee is dat mogelijke microscopische (niet met het blote oog te zien, ook niet op röntgenfoto’s) uitzaaiingen worden aangepakt zodat dit de overlevingskans vergroot. Bij een niet uitgezaaide spierinvasief groeiende blaastumor heeft een operatieve behandeling de voorkeur. (folder blaasoperatie) Tijdens de operatie zal de blaas worden verwijderd. Bij de man meestal ook de prostaat en bij de vrouw meestal ook de baarmoeder.  Daarna zal de urine of via een kunstmatige uitgang (stoma) dan wel een nieuwe blaas (gemaakt van darm) het lichaam verlaten.

3. Uitgezaaide blaastumor:
In deze gevallen is de therapie met name gericht op de bestrijding van de uitzaaiingen. Dit gebeurd door middel van chemotherapie. Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdeling remmende medicijnen. Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Omdat we nauw samen werken binnen ons oncologisch team bieden we ook hiervoor een behandeling op maat volgens de nieuwste inzichten. Kortom uw zorg heeft onze aandacht!

Nuttige websites

http://www.allesoverurologie.nl/mannen/blaaskanker

http://www.kwf.nl/kanker/kwf-en-blaaskanker/Pages/default.aspx

https://www.kanker.nl/organisaties/vereniging-waterloop

http://www.stomavereniging.nl/Een-stoma-krijgen/Urinestoma-en-neoblaas/Urinestoma

http://www.kanker.nl/